TECHNISCHE TIPS

 

Omgaan met LiPo (Lithium Polymeer) accu's.

De LiPo accu's zijn op zichzelf minder gevaarlijk dan NiCad's of lood-zuur accu's. Het is wel nodig ze op de juiste manier te behandelen, maar dat geldt voor elke accu.
Als een LiPo vroegtijdig de geest geeft is dit meestal het gevolg van een foutieve behandeling. Hier enkele tips:

ontladen:
· tijdens belasting mag de celspanning nooit onder 2,5 Volt/cel komen. Onbelast gemeten   moet de spanning minimum 3,0 Volt/cel zjin.
· langere tijd wegleggen: laad de cellen gedeeltelijk op alvorens ze op te bergen. De   zelfontlading is zo gering dat je ze pas na enkele maanden moet bijladen.

laden:
· gebruik alleen een lader die geschikt is om LiPo's op te laden.
· LiPo's hoeven niet ontladen te worden alvorens ze weer op te laden.
· controleer steeds de juiste instelling van de lader alvorens cellen te laden. Controleer   nogmaals tijdens het laden.
· laadstroom : max. 1C. Dit wil zeggen de stroom die overeenkomt met de celcapaciteit : voor   cellen 2100 mAh een laadstroom van max. 2,1 A - voor cellen 700 mAh max. 0,7A. Als je een   accu hebt met 2 of 3 cellen parallel geschakeld (2p of 3p) mag je de laadstroom ook met 2   resp. 3 vermenigvuldigen : bv. 3 cellen 2100 mAh parallel geschakeld = max. 6,3A   laadstroom.
· Sommige laders detecteren zelf het aantal op te laden (seriegeschakelde) cellen van zodra je   de accu aansluit. Controleer steeds of deze detectie juist is: 1 cel = 3,7 Volt ; 2 cellen = 7,4   Volt; 3 cellen = 11,1 Volt enz. Bij andere laders stel je zelf de spanning in volgens hetzelfde   regeltje. Foute detectie duidt op een defecte accu. Foute instelling kan leiden tot een   kapotgeladen accu.
· Laad een LiPo accu nooit in het model. Leg ze op een brandremmende ondergrond (stenen   tegel of ijzeren plaat). Steek ze bv. in een kleine afgesloten metalen container (geldkoffertje)   of in open lucht, uit de buurt van brandbare materialen.
· Hou steeds toezicht tijdens het laadproces. Laat nooit een geladen accu aan de lader   aangesloten (bv. 's nachts).
· Een lege accu is op minder dan 2 uur volgeladen (zie ook gebruiksaanwijzing van je lader).   Breek na twee uren laden het laadproces af en controleer je lader, instellingen en accu.
· Een overladen accu blaast op als een balonnetje en is onbruikbaar.

gebruik:
· Gebruik een regelaar die geschikt is voor LiPo's: deze voorkomt dat de cellen te diep   ontladen. Vergeet ook niet om de regelaar in te stellen voor LiPo!
· Na een tiental vluchten is het aan te raden elke cel van een accu apart op te laden. Deze   werkwijze balanceert de cellen op 4,20 Volt. Sommige accu's zijn reeds voorzien van een   stekkertje voor elke cel om het balanceren te vergemakkelijken.
· Uiteraard: let op de maximum ontlaadstroom. Raadpleeg de gegevens van de fabrikant.
· Het bij de hand houden van een brandblusser (voor het geval dat...) brengt niet veel op omdat   een LiPo in zeer korte tijd uitbrandt. Je zou niet de kans hebben om ze te blussen.

na een crash:
· haal de accu uit het model.
· kijk de cellen na. Een beschadigde of gedeukte cel is onbruikbaar.
· als cellen beschadigd zijn of kortgesloten waren: leg de cellen gedurende minstens 30   minuten op een ongevaarlijke plaats - zoals bij het laden. Na deze tijd is het   ontbrandingsgevaar geweken.

defecte cellen :
· ontlaad elke cel door er gedurende enkele uren een gloeilampje van 6 Volt op aan te sluiten.
· Doorprik het plastic omhulsel van de cel en leg ze gedurende enkele uren in zout water.
· De Lipo cel wordt niet als gevaarlijk afval beschouwd en mag bij het restafval.


BEC of Opto – coupler of ??

Wie nieuw is in electro-vliegen hoort al gauw magische woorden circuleren als BEC, opto, opto-coupler,... Waar gaat het dan over ?

Een regelaar voor een electro-motor is een electronisch toestel, net zoals een ontvanger. Voor goede werking moet dit toestel een voedingsspanning krijgen, net zoals een ontvanger. Vanwaar komt die voedingsspanning en kunnen we dezelfde nemen voor ontvanger en regelaar ? Lees verder...

De regelaar haalt zijn voedingsspanning uit dezelfde accu die de motor voedt. Als dit een accu is met 5 tot 10 cellen kan in de regelaar een zgn. BEC (Battery Eliminator Circuit) er voor zorgen dat de accuspanning aangepast wordt en beschikbaar is voor de ontvanger (en eventueel enkele servo's). Een volle accu levert misschien wel 13 Volt, een bijna lege slechts 5,5 Volt. De BEC zorgt dan dat de variabele accuspanning gestabiliseerd wordt op 5 Volt. Deze 5 Volt komt via het aansluitsnoer van de regelaar naar de ontvanger/servo's. Voordeel : geen extra ontvangeraccu nodig, dus plaats en gewicht gespaard. Nadeel : een BEC krijgt het lastig (warm) als er meer servo's aan de ontvanger aangesloten zijn. Nog erger is het als tegelijk de accuspanning hoog is : dan wordt de BEC zo heet dat de 5 Volt tijdelijk of voor eeuwig wegvalt... en zonder 5 Volt werkt de ontvanger ook niet.... In een electrozwever kan een BEC ook voor onaangename verassingen zorgen. De motor wordt automatisch uitgeschakeld als de accu bijna leeg is. Het beetje energie dat rest moet de ontvanger en de servo's voeden gedurende de rest van de vlucht. Als dit een lange vlucht wordt (helling, thermiek) volstaat dat beetje energie mogelijk niet en verlies je weer de controle over je vliegtuig!

De regelaar kan in plaats van een BEC een zgn. Opto-coupler aan boord hebben. De type-aanduiding van de regelaar bevat dan dikwijls de aanduiding Opto. Dit is -weeral- een electronische schakeling die er voor zorgt dat de accuspanning van de regelaar absoluut niet naar de ontvanger kan en omgekeerd. Alleen de stuurimpulsen worden van de ontvanger naar de regelaar geleid onder de vorm van lichtpulsen (vandaar de naam Opto-coupler). Voordeel : de voedingsspanningen van ontvanger en regelaar kunnen mekaar niet beïnvloeden of storen. Dit systeem is dus meer bedrijfszeker en veel minder storingsgevoelig dan BEC. Nadeel : je hebt terug een aparte accu nodig voor ontvanger en servo's.

DUS : regelaar met BEC = géén aparte ontvangeraccu

regelaar met opto-coupler = altijd aparte ontvangeraccu

Wat als je nu een regelaar met BEC hebt en om veiligheidsreden toch een aparte ontvangeraccu wil aansluiten? Dan zijn er twee gangbare werkwijzen.

Neem de regelaar en zoek de + draad voor de ontvanger op (meestal rood). Knip deze draad door en isoleer de uiteinden. Gebruik nu een aparte accu voor regelaar/motor en ontvanger/servo's. Storingen worden dan echter niet tegengehouden.

Plug tussen de ontvanger en de regelaar een opto-coupler. Bij Parafix is deze verkrijgbaar als een soort verlengsnoer met de nodige electronica in. Handig en geen draden door te knippen!

Vuistregels :

gebruik geen BEC als je met een accu van 10 of meer cellen vliegt.

Als je BEC gebruikt, gebruik dan lichte servo's en niet meer dan 2 of 3 stuks. Zorg zeker voor licht lopende roeren en stangen !

BEC in een electro-zwever : let op bij lange zweefvluchten nadat de motor “ vanzelf “ gestopt is.



Keuze van een propeller

Welke propellermaat zet je nu best op deze motor of dat vliegtuig? Een veel gestelde vraag waar al menig (toog-)gesprek over gevoerd is.

De 'ideale' propeller bestaat niet! We moeten eerder zoeken naar een propeller die het motorvermogen zo goed mogelijk overbrengt op het model. Dit bekent dat een propeller aangepast moet zijn aan de motor en aan het vliegtuig : als je je motor overbouwt van een trainer naar een snelheidsmodel pas je best een andere propeller toe !

Met enkele vuistregels ben je reeds aardig op weg om de goede propellermaat te bepalen:

  1. Kijk naar de propellermaten die de motorfabrikant opgeeft. Bv. Bij een 6,5 cc motor (.40) vind je dikwijls als maat : 10 x 6. Dit betekent : een propeller met een diameter van 10 duim en een spoed (zeg maar dwarsstelling van de bladen) van 6 duim. Kies uit de aanbevolen waarden eentje zodat het toerental niet boven 10 000 t/min komt, anders krijg je lawaaiproblemen. Nu heb je een 'beginmaat'. De spoed is ongeveer de helft van de diameter.
  2. Ga je met een langzaam model vliegen, verminder dan de spoed van de propeller. Vergroot tegelijk de diameter, om te voorkomen dat je motor onderbelast wordt (toerental stijgt dan weer tot + 10 000).
  3. Ga je daarentegen met een snel, gestroomlijnd model de lucht doorklieven? Vergroot dan eerder de spoed van de prop, om sneller vooruit te komen. Verklein wel de diameter, om te voorkomen dat je je motor “wurgt” (loopt warm, draait niet vlot).

Deze vuistregels zijn geldig voor een 'gemiddelde' toepassing met verbrandingsmotoren, maar evengoed voor elektro! Bij elektromotoren heb je wel het voordeel dat je de belasting die de motor 'voelt' kan checken door de akkustroom te meten.

Een voorbeeldje zal alles duidelijk maken :

Fabrikant “Electro-Super-Glow” beveelt aan om op zijn motor type “Big Bullet” een propeller 11 x 6 te plaatsen. We proberen dit uit en komen op een toerental van 10 100 t/min op de grond. Dit lijkt een forse motor! Om niet op lawaaiproblemen te stuiten is een aanpassing echter wel aangewezen.

Moet de motor je “Big and Bold” tweedekker aandrijven? Ga dan voor een 12 x 6 of zelfs een 13 x 6. Probeer uit tot je een goede trekkracht hebt (vertikaal stijgvermogen) en het toerental en lawaai menselijk is.

Ga je daarentegen deze motor op je allernieuwste “Magic Speed Mach 2.0” inzetten? Ga dan eerder een 11 x 8 of 11 x 10 selecteren. Ga proefondervindelijk te werk voor optimale prestaties zonder lawaai overlast en zonder warmlopen of overstroom.

Hou in gedachten :

Tipsnelheid = Diameter in inch x Toerental in t/min : 752

Als deze waarde naar 180 nadert kan je best een propeller met grotere spoed monteren.


snijden van uitwendige schroefdraad

Door zelf uitwendige schroefdraad ("buitendraad") te snijden kan je je eigen schroefogen, haken,
stuurstangen en dergelijke maken op de juiste maat en je hebt geen soldeerbusjes nodig die
kunnen afbreken.

Je kan draad snijden op de meeste metaaldraden, zelfs op aluminium en kunststof, echter niet op
pianodraad (harde staaldraad).

De draad moet de juiste diameter hebben (zie tabel verderop), en vooraan
licht afgeschuind zijn
Het draadsnijkussen monteer je in de juiste houder (er zijn verschillende
diameters :16, 20 of 25 mm) en zet je handvast met de
bevestigingsschroef.
Zet het gereedschap haaks op de metaaldraad en begin het snijden door
rechtsom (" vast ") te draaien terwijl je licht drukt om grip te krijgen.
Eenmaal het gereedschap grijpt kan je draaien zonder te drukken.
Draai langzaam verder tot de gewenste draadlengte bereikt is. Draai wel
af en toe een omwenteling linksom (" los ") om de spanen te breken.


Het resultaat.

SCHROEFDRAAD

DRAADDIAMETER

M2

2,0

M2,5

2,52

M3

3,0

M4

4,0

M5

5,0

M6

6,0

2-56

2,18

4-40

2,84




















servo vleugelkabels

Een (zweef-) vliegtuig met 2 afneembare vleugelhelften en 2 servo's per vleugelhelft (rolroer-flaps):
het maakt het stangenwerk, het programmeren en trimmen veel eenvoudiger. Je kan ook de
bedrading montage-vriendelijk maken door in de vleugelhelften en aan de ontvanger draden met
dubbele functie te voozien : per vleugelhelft volstaat dan 1 stekker om alle servo's in te pluggen. De
kabels in de vleugelhelften zien er uit als volgt.












De kabels bestel je op maat : geef op je bestelbon de maten L1, L2 en L3 op. Voor de prijsbepaling
geldt de lengte L = L1+L2+L3



















servo ontvangerkabels

Aan de ontvangerzijde monteer je een kabeltje – eveneens op je gewenste maat - om de
servo' s aan te sluiten.
















electro-motor ontstoren

Vooral borstelmotoren in electro-modellen kunnen nogal al eens de oorzaak zijn van radiostoringen.
De storingen ontstaan in het contactvlak tussen de stilstaande koolstofborstels en het draaiende
anker van de motor. Deze delen moeten de stroom naar de motorwikkelingen overbrengen terwijl ze
voortdurend over mekaar slepen. Bij hoge toerentallen en/of hoge stromen zie je vaak vonken die
samengaan met stoorsignalen.
Gelukkig is er een simpele, effektieve manier om deze stoorsignalen te onderdrukken : het plaatsen
van ontstoorcondensatoren. Deze zullen de stoorsignalen absorberen vooraleer ze via de lucht of de
aansluitdraden de ontvanger(antenne) bereiken.
Hoe te werk gaan? Je hebt een set ontstoorcondensatoren nodig, een soldeerbout (min. 50 Watt),
een vijl of schuurpapier en wat soldeergerei.


Schuur of vijl het metalen motorhuis zuiver op de plaats waar de
condensatoren bevestigd worden ( dicht bij + en -). Let daarbij op dat er
geen metaaldeeltjes in de motor komen.
Vertin het motorhuis op die plaats.
Soldeer 2 condensatoren aan het huis. Kort de aansluitdraden in, zoveel als
kan en verbind de andere zijde van deze condensatoren met de
motoraansluiting (+ en -)
Plaats de derde condensator tussen + en - (aansluitingen eveneens
inkorten!) soldeer de condensatoren vast aan + en - van de motor

Klaar ! Doe voor alle zekerheid een afstandstest voor de volgende vlucht.


Schroefdraad tappen

Het zelf aanbrengen van schroefdraad (“binnendraad”) is niet moeilijk als je over het
juiste gereedschap beschikt. Metaal, harde kunststof of zelfs hardhout kunnen getapt worden. Je kan
schroefdraad tappen met handtappen in 2 of bewerkingen, of je kan met een machinetap in één
bewerking tappen.


Boor met een kolomboormachine een gaatje dat dieper is dan de
uiteindelijke schroefdraad – de tappen snijden niet tot de volledige
diepte. De diameter van het gaatje hangt af van de schroefdraad die je kiest
(zie tabel).
 
Boor met een kolomboormachine een gaatje dat dieper is dan de
uiteindelijke schroefdraad – de tappen snijden niet tot de volledige
diepte. De diameter van het gaatje hangt af van de schroefdraad die je kiest
(zie tabel).
Span de tap in in een taphouder. Bij handtappen is de eerste tap gemarkeerd
met 1 ring, de tweede met twee ringen, de laatste zonder ringen.
Draai de tappen één na één (bij handtappen) met de taphouder loodrecht in
het voorgeboorde gat, bij de eerste omwentelingen tegelijk wat duwen tot de
tap greep heeft in het materiaal. Bij een zgn. blind gat (= met bodem) draai je
best af en toe de tap uit om de spanen te verwijderen.

Herhaal de bewerking met de tweede, resp. derde tap in geval van handtappen. Klaar.

Bij tappen in hardhout : verstevig de schroefdraad na het tappen met wat dunne secondenlijm en
laat uitharden. Het resultaat is dan sterk genoeg om de motor of de vleugel van een licht model vast
te zetten – zonder zware metalen moer.
..

TAPMAAT

BOORMAAT

M2

1,6

M2,5

2

M3

2,5

M4

3,3

M5

4,2

M6

5

2-56

1,8

4-40

2,3












 



VML-nummer op je model

Wist je dat het verplicht is om op elk model je VML-nummer zichtbaar aan te brengen? Als je gebruik
maakt van een kant-en-klaar nummer is het aanbrengen echt eenvoudig. Je nummers worden met
de computer gesneden in de kleur, lettergrootte en lettertype volgens je wens.


Achterste beschermfolie verwijderen.
Letters met voorste folie positioneren en licht vastwrijven.
Vaststrijken met een folie-bout.
Voorste folie verwijderen.
Perfekt resultaat!


servo verlengkabels

Verlengkabels voor servo's zijn alom verkrijgbaar, maar alleen in vastgelegde lengten. Daardoor zit
je meestal met een verlengkabel die te lang is. Deze overtollige lengte kan leiden tot
spanningsverlies waardoor de servo langzamer en minder krachtig wordt – meestal niet
merkbaar. Erger is dat de lange verlengkabel als een antenne kan gaan werken en de ontvanger
beïnvloeden. En storingen zijn iets wat we kunnen missen!

Een verlengkabel op maat gemaakt is de oplossing : net lang genoeg, maar niet te lang.